verhaal van een partnerzorger (Cora Postema)
Vanochtend was ik op bezoek bij mijn man die deze week in een revalidatiecentrum verblijft op de afdeling ademhalingsondersteuning.Driepatiënten en vijf verzorgers, (niets te doen), acht bedden en een wachtlijst…. Ik kan het niet goed snappen.
We zitten op het balkon, de verpleging ook . Apart bij elkaar. Al een uur koffie te drinken want ze hebben niet veel te doen.Een jonge vrouw in een rolstoel met korte armen en benen vraagt of ik haar even wil helpen met het nemen van de drempel om ook buiten te zitten.Dan vraagt ze me of er nog thee in de kan zit (iedereen is aan de koffie), ik schenk haar bij. En nog eens.Dan brandt ze los. Ze ergert zich aan de verpleging die ‘niets’doet en niet naar ons omkijkt.
Ze zegt: ‘Het ging vanochtend al een paar keer mis met hen. Ik geef aan wat ik graag wil. Hoe ik wil zitten, hoe mijn kleren moeten. Krijg ik overal weerwoord op. En dan doen ze het op hun manier, want “Je zit toch goed zo?”. Maar ze zat helemaal niet goed. Etc. Ze zegt: ‘De drempel om er iets over te zeggen wordt steeds hoger, ze zitten maar apart, zijn helemaal niet bij ons betrokken, dat was gisteravond ook al zo”. Ik vraag haar of ze er wat van gezegd heeft. Nee, dat durfde ze nog niet en zegt tegelijkertijd dat ze weet dat ze beter voor zichzelf moet opkomen, maar dat dat gezien haar afhankelijke positie ook best lastig is. We praten een kwartiertje. Dan zegt ze: “Ik ga het nu met ze bespreken”. Even later komt ze terug. “Of ze er wat mee doen weet ik niet, maar ik heb in ieder geval mijn mond opengedaan!”.
Wat ik hier mee wil zeggen….. er is veel meer dan alleen de spreekkamer waar je kunt coachen.
In verblijfzorg… speelt het ook. Je zou eigenlijk als patientencoach een dagje op een verblijfafdeling (heet dat zo?) moeten rondlopen en een gesprek met mensen moeten hebben over hun verzorgbeleving. Dan kun je ze coachen om hun mond open te doen, maar je kunt ook de verpleging feedback geven (als ze daar voor openstaan) Want…. Toen ik even later een boterham mee-at en de verpleegkundige meemaakte waar deze vrouw zo’n moeite mee had…. Toen begreep ik het ogenblikkelijk. Die deed alsof deze vrouw een klein kind was. Maar ze was een volwassen vrouw met hersens!.
Cora Postema
Ik wil graag een bijzonder verhaal vertellen over bijzondere mensen: een patiënten, mantelzorgers, zorgprofessionals en vrijwilligers....
Vorig jaar, 20 september, ben ik voor de 2e keer getrouwd. We wilden er een bijzondere dag van maken. Het hoefde ook nergens om, behalve dat het voor óns een verschil maakte. Voor onze familie maakte het ook verschil, daarom hebben we het met hen gedeeld en gevierd.
Mijn moeder (81) was sinds maart opgenomen in het verpleeghuis Trivium in Hengelo (o). Ze had zich samen met mijn vader (toen 84) tot dan toe redelijk weten te redden. Eerst met rollator, toen rolstoel en daarna elektrische rolstoel. Maar de zorg werd te zwaar voor mijn vader. Hij sliep 's nachts heel slecht, steeds alert. Mijn moeder had steeds meer verzorging nodig. Het ging niet meer thuis. In het verpleeghuis ging hij elke dag naar haar toe, met de "bestellingen" van de dag ervoor. Een vaste gang.
Mijn moeders lichaam kampte met vocht. Ze kon soms helemaal opgezet zijn. Spieren waren verzwakt, staan heel even ging nog, maar lopen kon ze niet meer. Ze was altijd heel bezorgd over mij en mijn zoon (uit 1997) , sinds de scheiding (2001). Ze wilde altijd dat haar kinderen goed terecht kwamen en daar hoorde getrouwd zijn met een goed man bij (in mijn geval). Toen ik haar in mei vertelde dus dat ik ging trouwen was ze heel blij. Twintig september 2009 (20-09-2009) werd geprikt. We gingen trouwen in het park waar we altijd onze hond uit laten, het Engelse Werk in Zwolle. Wandelend met elkaar en hond daar naar toe en onder de rode beuk heeft een vriend, die mijn man al zijn hele leven kent , ons huwelijk voltrokken. Voor elkaar en met elkaar.
Mijn moeder vond het ook erg leuk, maar, hoe kon zij daarbij zijn? In overleg met de verpleeghuisarts werd ontraden haar te vervoeren. We hebben het gehad over opnames maken en die ’s avonds meteen aan haar laten zien, of met een webcam live uitzenden. Misschien konden we ook een prive verpleegkundige inhuren, die met haar mee zou kunnen, maar, wat dan als er onderweg iets gebeurd, en waar vind je zo iemand die dat op zondag wil doen? In het Trivium vertelde mijn moeder aan iedereen die het wilde horen dat ik ging trouwen. Ik ging vaker naar haar toe om met haar dingen te bespreken t.a.v. de voorbereiding. Welke kleren ze aan wilde, hoe we haar nieuwe kleren zouden kunnen bezorgen. Ik zou de stad in en gewoon verschillende setjes kopen en terugbrengen wat ze niet wilde hebben. Maar eigenlijk was dit haar al allemaal te veel. Ze had de puf niet meer om dat te doen. We besloten dat ze iets aan zou doen wat ze nog had, blauw, haar lievelingskleur.
Ik heb hele mooie herinneringen aan die tijd. Om dat samen met haar te doen. Ze sprak dan met liefde over mijn vader. Iets wat hen onderling niet goed lukte. Dat deed me pijn, maar dit kon ik gelukkig doorgeven. Ons aanstaande trouwen bracht onze diepere verbinding weer boven. En ik denk dat het verlangen om het met elkaar te delen uiteindelijk de oplossing heeft gebracht. Door het tegen iedereen te zeggen, was het de verpleeghuisarts die wist van het bestaan van de TWENTSE WENSAmbulance.www.twentsewensambulance.nl. Vrijwilligers die een ambulance ter beschikking stellen en meerijden (gediplomeerde verpleegkundigen) om wensen van mensen te vervullen die buiten de reguliere mogelijkheden vallen. De aanvraag ingediend en jawel! Het werd goedgekeurd en de vrijwilligers werden gevonden! Wat valt er dan wat van je af! Te weten dat ze erbij kan zijn en goed verzorgd is, maakte het ook voor ons weer mogelijk op onze eigen dag te focussen.
Het werd een mooie dag. Om 10.30 bij ons thuis verzameld, mijn vader was met mijn broer meegereden en mijn moeder zou om kwart voor twaalf in het park aankomen. Het moment dat je de ambulance aan ziet komen is heel speciaal. Mijn zoon is er bij ingeklommen om de weg te wijzen naar de rode beuk. Gelukkig stonden er geen paaltjes (waren weggehaald om een andere reden kennelijk…) en kon de ambulance vlak bij onze plek komen. Daar kwam mijn moeder op de brancard er uit. Helemaal stralend!
Tijdens de ceremonie in de buitenlucht spande mijn moeder zich in om alles goed te horen, geluid vervloog gemakkelijk toen wij aan elkaar onze trouwgelofte deden. Wij waren gelukkig. En iedereen die ons dierbaar is was er bij. Een heel groot cadeau!
De medewerkers van de wensambulance waren er bij, op de achtergrond, maar onmisbaar en héél welkom. We hadden gedacht dat het zo genoeg zou zijn voor mijn moeder, dat ze nu naar huis zou gaan. Maar ze wilde alles meemaken, dus ook nog mee naar onze receptie in hotel Fidder. Ook hieraan gaven de mensen van de wensambulance gehoor, geen probleem…..
Zelf werden wij met een paardentram opgehaald, de ambulance vertrok iets eerder, met een goede gids (mijn zoon van 12 vond het geweldig natuurlijk!)
Eigenlijk hadden we bij het hotel geen rekening gehouden met mijn moeder op een brancard. Om binnen te komen moest je namelijk een heel smal stijl trapje op. Gelukkig was er een achterom en het weer liet het toe dat we buiten konden blijven, niet te warm, niet te koud. (en mijn moeder kon haar sigaretjes roken, onafscheidelijk…).
Ze heeft 2 glazen champagne gedronken, wafel met warme kersen gegeten, appelsap gedronken. Waarom ik dit nog weet? Ze heeft het me gezegd. Eten was altijd erg belangrijk voor haar. Het laatste wat ze tegen me zei was dan ook dat ze niet alles op had gegeten, het was een beetje veel geweest.
Tijdens de receptie was ze er echt bij. Met een soort van vanzelfsprekendheid, maar wel met het besef dat dit mogelijk gemaakt is door bijzondere mensen.Omstreeks 15.30 was ze erg moe en wilde ze graag naar huis. Het is tenslotte ook nog een uurtje rijden. Afscheid genomen van iedereen, alle kinderen en kleinkinderen met aanhang.
Een halfuurtje later vertrok mijn broer (uit Enschede), die mijn vader naar huis zou brengen. Zij waren om een uur of 5 bij het Trivium, waar ze mijn moeder half slapend in bed troffen. Ze was een beetje bij, maar toch erg moe.
Wij hebben met onze kinderen samen genoten van een maaltijd bij ons thuis. Om half zeven (direct na het eten) ben ik nog even weg geweest om de kopjes en schoteltjes, die we geleend hadden, terug te brengen. Ik was net terug toen mijn broer belde. Dan weet je meteen dat het mis is. Gek is dat. Of de wereld even stilstaat.
Om kwart voor zeven is mijn moeder overleden. Ze was klaar in deze wereld.
We zijn in de auto gestapt, mijn zoon mee. De andere kinderen hebben het huis opgeruimd en de slingers weggehaald. In het Trivium lag mijn moeder er zo vredig bij. De rimpels weggetrokken uit haar gezicht. Onwerkelijk voor ons die achterbleven. Ik had meteen dat dubbele gevoel. Ze is niet meer bij ons, wat een gemis…,maar ook wat ontzettend fijn dat we elkaar dit hebben kunnen geven.
Ik ben de mensen van de Twentse wensambulance ontzettend dankbaar dat zij dit mogelijk hebben gemaakt, woorden kunnen dat niet voldoende uitdrukken, maar ik denk dat u het wel begrijpt.
Dit verhaal gaat nog door, maar dat is eigenlijk een nieuw hoofdstuk. Het komt allemaal samen in het beste wensen voor mensen en buiten de regels om zoeken naar mogelijkheden om aandacht te hebben voor wat nodig is. Ik wens de mensen van de Twentse Wens ambulance nog vele jaren van geluk brengen toe!